Behandeling

Beoordeel de dimensies van de klachten en de verstorende factoren met behulp van ALTIS en het TIME-model.

  • Laat bij elke verbandwissel de decubituswond en de omliggende huid reinigen.
  • Laat de decubituswonden schoonmaken met fysiologisch zout of kraanwater, gebruik bijvoorbeeld een douchekop (houd er rekening mee dat het schoonspoelen van een wond erg pijnlijk is).
  • Beoordeel bij decubitus aan de onderste extremiteiten voorafgaand aan een debridement, de toestand van de bloedvaten grondig, sluit bijvoorbeeld arteriële insufficiëntie uit.
  • Verwijder zo mogelijk dood weefsel in de wond of aan de wondranden.
  • Verwijder een stabiele, harde, droge necrotische korst niet.
  • Een scherp debridement moet alleen worden toegepast op anatomische locaties die voldoende doorbloed zijn om de genezing te bevorderen.
  • Een scherp debridement moet in een operatiekamer uitgevoerd worden wanneer er:
    • een klinische noodzaak is een uitgebreid debridement uit te voeren;
    • de mate van ondermijning en ondertunneling niet vastgesteld kan worden;
    • voortschrijdende cellulitis is;
    • bot en geïnfecteerde osteosynthesematerialen verwijderd moeten worden;
    • sprake is van sepsis op basis van de decubituswond
  • Wees voorzichtig met een scherp debridement bij:
    • verminderde immuniteit;
    • een vasculaire aandoening aan de ledematen;
    • het ontbreken van antibacteriële behandeling bij systemische sepsis.

Contra-indicaties kunnen zijn: anti-stollingstherapie en bloedingstoornissen

  • Overweeg patiënten met een categorie III of IV decubitus te verwijzen om het defect chirurgisch te sluiten. Wanneer een schoon defect niet gesloten wordt leidt dit meestal tot opnieuw optredende uitdroging en necrose.
  • Behandel pijn ten gevolge van debridement.
  • Beoordeel bij decubitus aan de onderste extremiteiten voorafgaand aan een debridement de toestand van de bloedvaten grondig, sluit bijvoorbeeld arteriële insufficiëntie uit.
Er zou geen gebruik gemaakt moeten worden van wondspoelvloeistoffen die een reinigingsmiddel of anti-septicum bevatten, aangezien fysiologisch zout en kraanwater ook voldoen. Indien hier toch gebruik gemaakt van wordt, houd dan onderstaande aanbevelingen in acht:

  • Wees zeer terughoudend met het gebruik van uitwendige antiseptica.
  • Zorg in ieder geval dat de antiseptica voldoende verdund zijn.
  • Overweeg het gebruik van uitwendige antiseptica bij decubituswonden waarvan verwacht wordt dat ze niet zullen genezen en die ernstig gekoloniseerd zijn.
  • Antiseptica moeten gebruikt worden gedurende een beperkte periode om de bacteriële besmetting onder controle te krijgen, de wond schoon te krijgen en de omliggende ontsteking te verminderen.
  • De zorgverlener moet op de hoogte zijn van de juiste verdunning, het risico op toxiciteit en de bijwerkingen.
  • De omliggende huid moet beschermt worden.
  • Gebruik geen lokaal aangebrachte antibiotica bij geïnfecteerde wonden.
  • Overweeg, in overleg met een microbioloog en wanneer dit overeenkomt met de doelen van de patiënt, systemische antibiotica bij patiënten waarbij er klinisch of microbiologisch bewijs is voor een infectie.

Zorg voor een vochtig wondmilieu

Het is bewezen dat een vochtig wondmilieu een snellere genezing van decubitus bewerkstelligt, mits de productie van wondvocht in balans is met de absorberende eigenschappen van het gebruikte verband. Met name autolytische processen (het oplossen van dood weefsel) en de migratie van –voor de wondgenezing belangrijke –cellen verlopen beter. Hiervoor moet (semi)occlusief, dus afsluitend, worden gewerkt.2

  • Draineer lokale abcessen.
  • Controleer de patiënt op osteïtis/osteomyelitis indien:
    • botdelen blootliggen;
    • het bot ruw of zacht voelt;
    • bij koortspieken;
    • de omgeving drukpijnlijk is;
    • de wond na behandeling niet geneest.