Diagnostiek

Anamnese (auto- en/of heteroanamnese)

Onder te verdelen in:

Het stellen van de diagnose delier (criteria)

  • Bewustzijnsdaling
  • Aandacht- en concentratiestoornissen
  • Onlogisch, incoherent denken
  • Onsamenhangend spreken
  • Geheugenstoornis
  • Desoriëntatie
  • Hallucinaties, wanen
  • Onrust / agitatie of apathie
  • Stemmingsverandering
  • Confusion Assessment Method (CAM)

Het achterhalen van de onderliggende oorzaak

  • Verschijnselen van een infectie (koorts, hoesten, dyspnoe, mictieproblemen)
  • Medicatie en medicatiewijzigingen (cave therapie-ontrouw)
  • Recent trauma, medische ingreep, anaesthesie
  • Urineretentie, (ernstige) obstipatie
  • Reeds aanwezige neurologische, cardiale, respiratoire, metabole, endocriene aandoeningen
  • Alcohol- of nicotineonttrekking
  • Visus- en gehoorbeperking
  • Slaaptekort
  • Insufficiënte voeding- en vochtinname
  • Middelen en maatregelen (fixatie)!

Lichamelijk onderzoek

  • Temperatuur
  • Hydratietoestand (slijmvliezen)
  • Voedingstoestand
  • Bloeddruk / pols
  • Hart / longen
  • Buik, met nadruk op urineretentie en obstipatie
  • Neurologische uitvalsverschijnselen
  • Tekenen van trauma / fractuur

Verder lichamelijk onderzoek op indicatie

Aanvullend onderzoek (op indicatie)

  • Urineonderzoek (nitriettest)
  • Glucose (vingerprik)
  • BSE, CRP
  • Hb, Ht
  • Leukocyten
  • TSH
  • Kreatinine
  • Natrium, Kalium
  • Calcium (vooral bij bedlegerige patiënten en bij (vermoeden van) botmetastasen)
  • ALAT, gamma-GT
  • Dipslide of urinesediment

Ander aanvullend onderzoek op indicatie (bijv. X-foto)

Evaluatie

Differentiaal diagnose

  • Dementie
  • (Psychotische) depressie
  • Gedragsstoornis bij dementie, niet in het kader van een delier
  • Syndroom van Charles Bonnet