Diagnostiek

Anamnese

1a. Vraag bij patienten zonder ernstige cognitieve en communicatieve beperkingen de DSM-IV symptomen uit: vóórkomen, frequentie, duur, ernst.
De DSM-IV bevat een negental symptomen ( DSM-IV criteria depressieve stoornis en minor depression).
1b. Vraag bij patiënten met ernstige cognitieve en communicatieve beperkingen de depressiecriteria die Olin et al. voor depressie bij de ziekte van Alzheimer ontwikkeld hebben, uit bij patiënt (voor zover mogelijk) en mantelzorger/professionele verzorger (depressiecriteria van Olin).
2. Bepaal de lijdensdruk: in hoeverre lijdt de patient door de aanwezige klachten en symptomen onder 1. en wordt de patiënt erdoor belemmerd in zijn sociaal functioneren.
3. Vraag tevens naar psychiatrische voorgeschiedenis (eerdere depressie, bipolaire stoornis), medicatiegebruik (recente wijzigingen; psychofarmaca), angstklachten, psychotische symptomen, rouw, dementie-symptomatologie (zo nodig MMSE), alcoholabusus/drugsgebruik.

Lichamelijk onderzoek

Vorm een indruk over:

  • aanwezigheid van pijn
  • voedingsstatus
  • verslechtering van chronische aandoeningen
  • recent ontstane aandoeningen

Aanvullend onderzoek

Lab: Hb, glucose, TSH.
Extra: op indicatie

Evaluatie

  • depressieve symptomen, maar geen minor depression of depressieve stoornis of depressie bij dementie (alleen positieve score op screeningsinstrument)
  • minor depression (2-4 DSM-IV symptomen)
  • depressieve stoornis (5 of meer DSM-IV symptomen)
  • depressie bij dementie (3 of meer symptomen van Olin-criteria)

Bepaal ernst depressieve stoornis (aantal symptomen en specifiek: suïcidegedachten; psychotische symptomen; voedselweigering).
DD: 
(Pathologische) rouw
Angststoornis
Alcoholabusus
Dementie