Evaluatie

Presentatie van een longembolie is vaak atypisch, een longembolie kan (sub)acute kortademigheid geven, pijn bij de ademhaling, tachypneu en tachycardie. Dyspneu, meestal in seconden tot minuten ontstaan, vaak met thoracale pijn, en/of hoesten kan wijzen op een longembolie. Een deel van deze patiënten heeft óók klachten van de kuit of het dijbeen. Lokale thoracale drukpijn, hemoptoë, tachypneu en tachycardie kunnen voorkomen. Een polsfrequentie > 100/min en een ademhalingfrequentie > 20/min kunnen wijzen op longembolie. Normale bevindingen sluiten een longembolie niet uit. Bij auscultatie van de longen worden meestal geen of weinig afwijkingen gevonden. Voor de besluitvorming over het aanvullend onderzoek gaat de specialist ouderengeneeskunde eerst na of er andere diagnosen dan longembolie kunnen worden overwogen (zie onderstaande differentiaal diagnose).

Differentiaaldiagnose longembolie1

  • Myogene pijn
  • Ribcontusie
  • Costochondritis (syndroom van Tietze)
  • Paniekaanval
  • Pneumothorax
  • Astma of exacerbatie COPD
  • Acuut coronair syndroom of angina pectoris
  • Hartfalen
  • Pneumonie
  • Andere oorzaken van dyspneu en/of thoracale pijnklachten: thoracale aorta dissectie, aortaklepstenose, pleuritis, pericarditis, bronchuscarcinoom, metabole acidose, refluxziekte, herpes zoster

Klinische beslisregel

De diagnose longembolie stellen op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek is erg onbetrouwbaar. Er kan gebruik gemaakt worden van de klinische beslisregel volgens Wells in combinatie met de D-dimeer bepaling. Een diagnostische strategie met gebruikmaking van de klinische beslisregel volgens Wells en D-dimeer is met name geschikt voor uitsluiten van longembolie. Echter, de Wells regel is alleen gevalideerd voor poliklinische en klinische patiënten. Er is onderzoek gedaan naar de waarde van bovengenoemde beslisregels bij de verpleeghuispopulatie; deze blijken van beperkte waarde voor de verpleeghuispopulatie2,3,4. Voor een definitieve vaststelling van een longembolie is beeldvormend onderzoek noodzakelijk. Bij verdenking van een longembolie zal de patiënt verwezen worden naar het ziekenhuis voor nadere diagnostiek, mits dit past in het beleid van de patiënt8,9.
Overweeg bij een sterke klinische verdenking op een longembolie de behandeling met anticoagulantia te starten alvorens de diagnostiek is afgerond.
Bij ernstige dyspneu waarbij de specialist ouderengeneeskunde een longembolie vermoedt en/of bij hemodynamische instabiliteit: bel direct een ambulance met U1-indicatie, mits dat passend is in het beleid van de patiënt.
In afwachting van de ambulance:

  • Zorg bij respiratoir falen voor zuurstof. Streef naar zuurstofsaturatie tussen 94 en 98%, bij COPD patiënten tussen 90 tot 92%
  • Breng zo mogelijk een waaknaald in, spuit deze door met 2 ml NaCl 0,9%