Criteria voor dementie bij de ziekte van Parkinson (Parkinson’s Desease with Dementia, PDD)

Bron: Emre M. Aarsland D, Brown, R et al. Mov Disord 2007;22:1689-1707

I Kerncriteria

  1. Diagnose ziekte van Parkinson (PD) volens UK Brain Bank criteria
  2. Dementieel beeld met geleidelijk begin en langzame progressie, met de volgende kenmerken: a. Stoornis in tenminste 2 cognitieve domeinen b. Geeft een beperking van het ADL functioneren c. Achteruitgang t.o.v. premorbide niveau

II Aanvullende criteria

  1. Cognitieve stoornissen op het terrein van:
    1. Aandacht (vaak fluctuerend)
    2. Executieve functies (planning, shifting)
    3. Visuo-spatiële functies (oriëntatie, constructie) d. Geheugen (herkenning meestal intact)

III Kenmerken die de diagnose PDD onzeker maken

  1. Andere afwijkingen die dementie kunnen veroorzaken, bijvoorbeeld vasculaire afwijkingen bij beeldvorming
  2. Onbekend tijdsinterval tussen ontstaan van motorische en cognitieve verschijnselen

IV Kenmerken die de diagnose PDD onmogelijk maken

  1. Acute verwardheid bij systemische aandoeningen of intoxicaties
  2. Ernstige depressie (volgens DSM IV)
  3. Aanwezigheid van een vasculaire dementie (volgens NINDS-AIREN criteria)

Een patiënt heeft waarschijnlijk PDD indien:

  • Alle kerncriteria aanwezig zijn
  • Er afwijkingen in tenminste 2 cognitieve domeinen zijn
  • Er tenminste 1 gedragskenmerk aanwezig is
  • Er geen kenmerken van groep III en IV aanwezig zijn