Inleiding

Wilsbekwaamheid of beslissingsbekwaamheid is een complex begrip. In de gezondheidswetgeving komt het begrip als zodanig ook niet voor. In de Wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO) wordt gesproken van de situatie waarin een patiënt “niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake”. Met “ter zake” wordt dan bedoeld de specifieke vraag waarover een beslissing moet worden genomen, namelijk een onderzoek of een behandeling. Voorbij gaan aan de wil van de patiënt is slechts mogelijk om ernstig nadeel voor de cliënt te voorkomen.
De beoordeling hiervan wordt overgelaten aan de hulpverlener. In het kader van de wet BOPZ heeft het begrip een beperkte plaats, namelijk bij beslissingen over dwangbehandeling wanneer sprake is van een gevaarscriterium, en er een directe relatie bestaat tussen het gevaar en de psychiatrische stoornis. Bij patiënten die vallen onder de wet BOPZ blijft de WGBO verder van toepassing. Deze laatste is in het kader van dit onderwerp dan ook leidend. De WGBO geeft ook aan hoe in het geval van wilsonbekwaamheid de patiënt vertegenwoordigd kan worden (artikel 465). De volledige wettekst is te vinden via: Hulpgids
Wilsbekwaamheid is een dynamisch begrip, en dient in principe bij iedere beslissing opnieuw impliciet of expliciet te worden beoordeeld.
Bij twijfel over de wilsbekwaamheid van een patiënt gelden de volgende aanbevelingen:

  • Ga altijd uit van de vooronderstelling van wilsbekwaamheid
  • Besluit niet te lichtvaardig tot het expliciet beoordelen van de wilsbekwaamheid van een patiënt.
  • Shared decision making: het gezamenlijk tot een besluit komen. De hulpverlener praat zowel met de patiënt als met zijn vertegenwoordiger die hem kan ondersteunen bij de besluitvorming.
  • Blijf de patiënt informeren over de zorg en behandeling, ook nadat hij wilsonbekwaam is gebleken voor een bepaalde beslissing.